Print Friendly, PDF & Email

Veranderingen in de zorg, transities, van kliniek naar ambulante behandeling: allemaal ontwikkelingen die meer en betere afstemming tussen zorgaanbieders vragen. Zeker als het gaat om de zorg voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Daarom zijn de EPA-taskforces in het leven geroepen.

Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen hebben in het algemeen langdurig zorg en ondersteuning nodig op verschillende gebieden in hun leven. Meestal zijn daar verschillende zorgaanbieders bij betrokken. De verschillende vormen van ondersteuning worden via verschillende wettelijke kaders bekostigd (Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning). Het vraagt hele goede afstemming tussen al deze partijen om de cliënten passende zorg te kunnen bieden. Dit is het doel van de EPA-taskforces.

wat ging eraan vooraf?

Wat was de eerste aanzet tot de taskforces? Evert Hans van Woerkom, zorginkoper Zilveren Kruis: ‘De steen in de vijver was het hoofdlijnenakkoord  waarin wij – zorgverzekeraars en ggz-instellingen – met elkaar afspraken om 30% minder bedden in te zetten. Over euro’s en bedden kun je afspraken maken, maar het gesprek voert verder. Ook wij – de verzekeraars – voelen ons verantwoordelijk voor de infrastructuur van de zorg.

EPA-taskforce Eemland

EPA-taskforce Eemland

Op verzoek van Zilveren Kruis heeft GGz Centraal in zijn werkgebied de EPA-vignettenstudie uitgevoerd. Hierin is gebruikgemaakt van het EPA-vignettenmodel (bekijk de beslisboom voor toewijzing aan een vignet). Dit is een methode om cliënten op basis van hun zorgvraag in te delen in 9 groepen. De studie laat zien om hoeveel cliënten het gaat en welke kosten er omgaan in de zorg voor deze mensen. De informatie uit deze studie was het startpunt voor de EPA-taskforces.

In een EPA-taskforce zitten de verschillende zorgaanbieders en de gemeenten uit de desbetreffende regio, vertegenwoordigers van cliënten en van naasten en een vertegenwoordiger van de ziektenkostenverzekeraars. Gezamenlijk werken zij aan de ontwikkeling van de zorgarrangementen. En ze bepalen welke aanbieders bij welke vignetten betrokken zullen zijn. Resultaat is een integraal plan voor het regelen van zorg voor cliënten met ernstige psychiatrische aandoeningen.

te ingewikkeld

Ron van Eeden, directeur zorg en dienstverlening van Kwintes en lid van de EPA-taskforce Flevoland: ‘Het nieuwe zorgstelsel is ingewikkeld en onoverzichtelijk geworden. Een EPA-taskforce  is een goede kans om met de diverse partijen nieuwe samenwerkingspatronen te ontwikkelen.

Ron van Eeden

Ron van Eeden

Je leert elkaar kennen en komt in elkaars organisatie; je organiseert een informeel netwerk waardoor de nieuwe samenwerking gezocht en gevonden kan worden. Het is een complex spel van geven en nemen. We vinden allemaal dat het in de eerste plaats om de maatzorg voor cliënten gaat, maar het gaat ook om de verdeling van de markt. Daarover moet je op een constructieve manier in gesprek blijven en nieuwe passende vormen stimuleren.’

vertrouwen

Wat moet er volgens Ron veranderen? ‘Om te beginnen moeten we helder hebben waar ieders expertise ligt. Vervolgens moet er meer samenwerking komen tussen ‘de behandelende zorg’ en ‘de begeleidende zorg’. Ik denk aan een samenwerkingsmodel waarbij we afhankelijk van de situatie snel kunnen schakelen tussen verschillende vormen van zorg.

elkaar kennen

De specialistische ggz kan zijn specifieke kennis ter beschikking stellen en waar nodig behandelen. In samenwerking met de begeleidingsorganisatie kan de ggz afschalen wanneer er voldoende stabiliteit is.’ Wat Ron betreft heeft de ggz-behandelaar de regie, maar dient deze zich in toenemende mate te verstaan met de begeleidingsorganisatie om te lange behandeling te voorkomen. ‘Dit betekent wel dat we vertrouwen in elkaar moeten hebben; dat kan alleen maar als je elkaar kent.’

durven innoveren

Niet alleen de bekostiging van de diverse zorgvormen is verschillend geregeld, er hangen ook andere verwachtingen aan. Ron: ‘Ik hoor van de collega’s dat de specialistische ggz evidence based  en DBC-productiegericht is. Als er echt verandering nodig is dan moeten we de ruimte krijgen om te kúnnen innoveren. Hier hebben de financiers een rol, die kunnen innovatie faciliteren door bijvoorbeeld budget beschikbaar te stellen voor innovatieve plannen waarbij de behandelaren samenwerken met begeleidingsorganisatie(s).’

hoe gaan we het doen?

Christiaan Sleurink

Christiaan Sleurink

Het Leger des Heils en GGz Centraal zijn geen onbekenden van elkaar. Christiaan Sleurink, directeur Leger des Heils Flevoland, Noordoostpolder en deel van de Noordwest Veluwe: ‘In het kader van het convenant Dubbel Diagnose spreken het Leger des Heils en GGz Centraal elkaar al regelmatig,. We zien dat de specialistische ggz zich terugtrekt en het Leger des Heils merkt de gevolgen daarvan. Daar maken we ons wel zorgen om. Voordeel van de EPA-taskforces is dat we elkaar moeten aankijken: hoe gaan we het doen?’ Christiaan deelt de mening van Ron: ‘Het is heel lastig om nieuwe zorg te ontwikkelen binnen bestaande financieringskaders. Er is behoefte aan experimenteerruimte.’

ruimte om na te denken

Christiaan constateert dat de contractverplichtingen als een molensteen om de nek van de ggz hangen. Hij benoemt een wens: ‘Bevries het budget zodat er ruimte is om met elkaar over innovatie na te denken. Het gesprek moet gericht zijn op de mensen met echt ernstige problematiek (EPA) en zorgmijders. De flexibiliteit en capaciteit van onder ander FACT-teams zouden moeten worden uitgebreid. Wij – het Leger des Heils – willen de deskundige inbreng van de ggz niet missen!’

waar zitten de bottlenecks?

Ook volgens Marco  Strik, voorzitter van de EPA-taskforce Gooi en Vechtstreek en deelnemer aan de taskforce Eemland, zijn alle partijen meer dan bereid samen te werken. ‘We hebben allemaal met dezelfde kwesties te maken, deze zullen we gezamenlijk moeten oplossen. Eerst zijn we gaan bedenken hoe we de samenwerking zouden vormgeven als we geen last zouden hebben van de bekostigingsstructuur; vervolgens zijn we gaan bekijken waar de bottlenecks precies zitten. Wat nu echt nodig is, is ruimte om te innoveren te experimenteren. Medewerkers moeten tijd krijgen om met elkaar aan tafel te zitten en praktische problemen op te lossen. Alleen zo kunnen we een goed zorgmodel ontwikkelen.’

hoe verder?

Evert Hans is enthousiast over de taskforces maar nog wel ongeduldig. ‘Het doel van de taskforces is duidelijk. De specialistische ggz moet kleiner, door de euro op een andere plek ‘neer te leggen’ kan meer gezondheidswinst worden bereikt. Het samenstellen van zorgarrangementen – in termen van co-financiering – is haalbaar.’ Volgens Evert Hans zouden gemeenten en zorgverzekeraars hun inkoopbeleid meer moeten uitlijnen resulterend in een gezamenlijk inkoopbeleid.  ‘Kortom’, aldus Evert Hans, ‘minder bedden, een goede opbouw van ambulante zorg; waar FACT goed is gepositioneerd en waar Intensive Home Treatment (IHT) en High Intensive Care (HIC) van de grond zijn gekomen, daar staat de cliënt meer centraal en zijn de uitkomsten beter: minder gedwongen opnames en een hogere cliënt tevredenheid.’